Binnen veel organisaties wordt motivatie gezien als een kwestie van intensiteit. Iemand is gemotiveerd of niet.
Binnen de Zelfdeterminatietheorie en het INR Model gaat het om kwaliteit.
Autonome motivatie ontstaat wanneer gedrag wordt ervaren als vrijwillig en betekenisvol.
Gecontroleerde motivatie ontstaat wanneer gedrag wordt gedreven door druk, verplichting of externe verwachting.
Het verschil is fundamenteel.
Autonome motivatie leidt tot:
– Duurzame betrokkenheid
– Psychologische stabiliteit
– Flexibel gedrag
Gecontroleerde motivatie leidt vaak tot:
– Spanning
– Prestatie onder druk
– Kwetsbaarheid voor uitputting
Motivatiekwaliteit verschuift afhankelijk van behoeftevervulling en behoeftefrustratie.
Binnen organisaties bepaalt motivatiekwaliteit de gezondheid van cultuur en samenwerking.
Motivatiekwaliteit wordt binnen INR begrepen als uitkomst van de wisselwerking tussen:
Inner Needs
Narrative
Reaction
Wanneer behoeftevervulling hoog is:
Narrative wordt ruimer
Reaction wordt vrijwilliger
Motivatiekwaliteit stijgt
Wanneer behoeftefrustratie optreedt:
Narrative versmalt
Reaction wordt gecontroleerd
Motivatiekwaliteit daalt
Motivatiekwaliteit is daarmee geen los fenomeen, maar een gevolg van de onderliggende gedragsarchitectuur.
Het vormt de brug tussen de Zelfdeterminatietheorie en de toepassing van het INR Model in organisaties.