Binnen de psychologie wordt narratieve identiteit onder andere beschreven door onderzoekers zoals McAdams. Het uitgangspunt is dat mensen hun leven niet ervaren als losse gebeurtenissen, maar als een verhaal met samenhang.
Dat verhaal bevat:
Ervaringen
Interpretaties
Keerpunten
Zelfbeelden
Toekomstverwachtingen
Narratieve identiteit ontstaat door herhaalde betekenisgeving. Wanneer bepaalde ervaringen structureel terugkeren, worden zij geïntegreerd in hoe iemand zichzelf ziet. Dit proces verloopt grotendeels impliciet.
Belangrijk onderscheid binnen INR:
Narratieve identiteit is breder dan Narrative zoals gebruikt in het INR Model.
Narrative binnen INR verwijst naar het actuele betekenisframe dat gedrag stuurt.
Narratieve identiteit verwijst naar de bredere levensverhaallaag waarin dat Narrative ingebed kan zijn.
Narratieve identiteit vormt daarmee een theoretische onderbouwing van de Narrative-laag, maar is niet identiek daaraan.
Binnen het INR Model fungeert narratieve identiteit als wetenschappelijke onderbouwing van de Narrative-laag.
INR focust op het hier-en-nu betekenisframe dat gedrag logisch maakt. Narratieve identiteit laat zien hoe dergelijke betekenisframes zich ontwikkelen door herhaalde zelfinterpretatie over tijd.
Waar narratieve identiteit het levensverhaal beschrijft, beschrijft INR hoe specifieke narratieven binnen dat verhaal gedragsreacties activeren.
Narratieve identiteit verklaart continuïteit.
INR verklaart gedragslogica binnen context.